We weten natuurlijk vooraf nooit precies hoe een bevalling gaat verlopen. Iedere vrouw en iedere bevalling is anders. Wel weten we dat elke bevalling een aantal fases doorloopt, de vraag is altijd hoe lang deze fases duren. Een bevalling kun je indelen in drie fases: de ontsluiting (met drie fases), de uitdrijving en het nageboortetijdperk. Op onze voorlichtingsavond gaan we uitgebreid in op het verloop van de bevalling, maar hier volgt een korte beschrijving.

Ontsluiting

De eerste fase van de bevalling is de ontsluitingsfase. Deze is in drieën te verdelen:

  • de voorbereidingsfase
  • de latente fase
  • de actieve fase

Voorbereidingsfase
De voorbereidingsfase is de geleidelijke overgang van zwangerschap naar bevalling. Dit gebeurt door voorweeën en harde buiken, die soms best een tijdje kunnen aanhouden. De ene vrouw heeft hier bijna geen last van, de ander heeft drie weken voorweeën. Deze harde buiken en voorweeën zijn vaak onregelmatig en zorgen voor veranderingen van de baarmoedermond. Dit kan tot wat ontsluiting leiden, vaak 1 of 2 centimeter, maar dat is niet altijd het geval.

Latente fase
In de latente fase zijn de weeën begonnen en komen ze steeds regelmatiger en frequenter, met minimaal 2 weeën per 10 minuten. Het zijn beginnende weeën, die nog gemakkelijk op te vangen zijn; je kunt ze wegzuchten en je kunt nog praten. Door je weeën verstrijkt de baarmoedermond. Voor de bevalling is het een lang, stug, gesloten tuutje. ‘Verstrijken’ betekent het platter worden van de baarmoedermond. Daarnaast wordt de baarmoedermond ook weker, deze is in het begin net zo stug als je neus en aan het eind zo zacht als je tong. Bovendien gaat de baarmoedermond zich openen: je krijgt tot 2-3 centimeter ontsluiting. Tijdens deze fase is het vooral een kwestie van afwachten en kun je soms het beste wat afleiding proberen te zoeken: zet een film op of probeer bijvoorbeeld nog wat te strijken.

Actieve fase
Dit betekent dat het echte werk is begonnen, je krijgt regelmatige krachtige en pijnlijke weeën. Deze weeën komen ongeveer elke 2 tot 5 minuten, duren 60-80 seconden, moeten worden weggezucht en zorgen voor verdere ontsluiting. Vaak heb je hierbij een beetje bloedverlies en of vruchtwaterverlies. 
De actieve fase omvat het vorderen van ontsluiting vanaf 4 centimeter. Gemiddeld is dat een centimeter per uur, maar zoals altijd met gemiddelden, is de een sneller en de ander langzamer. Bij 10 centimeter is je baarmoedermond helemaal open en begint de uitdrijving.

Er is geen tijdsduur te plakken aan een bevalling. Wel kun je een schatting krijgen welk tijdskader ‘normaal’ is voor een eerste of volgende bevalling: 

  • de latente fase mag maximaal 9 uur duren 
  • de actieve fase tussen de 4-14 uur.

Uitdrijving

Wanneer je 10 centimeter ontsluiting hebt, start de uitdrijvingsfase en je ontsluitingsweeën gaan over in persweeën. Met deze weeën kun je je kindje naar buiten persen. Echte persdrang is haast onmogelijk om niet aan toe te geven, het is een reflex en voelt als sterke drang tot poepen. Bij 10 centimeter ontsluiting en persweeën starten we met persen. 

Hartslag
Tijdens de uitdrijving luistert de verloskundige na elke wee hoe de conditie van jullie kindje is. Een normale hartslag is tussen de 100-160. Soms is de hartslag tijdens het persen tijdelijk iets langzamer. Dit is een reactie van de baby die soms de druk op het hoofdje in het begin niet prettig vindt. Dit kan heel normaal zijn, het kindje moet wennen aan het persen. Na een aantal persweeën herstelt de hartslag zich weer, we houden het steeds goed in de gaten door te luisteren. 

Hoofdje ‘staat’
Als het hoofdje ‘staat’, dan wordt de baby bijna geboren. Veelal wordt dit ervaren als branderige pijn. De pijn komt doordat het hoofdje de huid van de vulva volledig oprekt. Belangrijk is dan om goed te luisteren en te doen wat de verloskundige aangeeft. We proberen het hoofdje zo geleidelijk mogelijk geboren te laten worden, door je afwisselend te laten persen en zuchten. Geef je toe aan de flinke druk op de onderkant, dan is dit niet goed voor je bekkenbodem. Je hebt grote kans dat de huid flink scheurt. Maar het is ook goed om te weten dat uitscheuren zeker niet altijd is te voorkomen. Soms ligt er een handje naast het hoofd, of is de huid erg dun en scheurt hoe dan ook. 

Op je buik
Als de baby geboren is dan leggen we hem/haar direct op de blote buik van de moeder. Geniet van dit moment! De baby is nat door het vruchtwater en er kan nog wat smeer op het huidje zitten. Ook kunnen de haartjes wat bebloed zijn. We zorgen ervoor dat de baby zo min mogelijk afkoelt door hem goed af te drogen met warme doeken en een mutsje op te zetten. Daarna blijft hij/zij lekker bij de moeder liggen op haar warme huid. We leggen nog een warme doek op de baby om afkoeling tegen te gaan. Heel vaak is een baby op dit moment erg wakker en alert, kijkt hij met grote ogen rond en luistert naar stemmen. Soms zie je al zijn tongetje uit zijn mondje komen, een teken dat hij wil zuigen (aan de borst).     

Houdingen 

Liggend
Tijdens de bevalling moet je een manier vinden waarbij je je prettig voelt, ook tijdens het persen. Meestal bevallen vrouwen liggend op hun rug op een bed. Dit geeft het meest overzicht voor ons, en vaak vinden barenden dit ook prima omdat ze dan tussen de persweeën wat kunnen rusten. Op je zij kan je ook meepersen. Als je ligt, kan je partner ook duidelijk de geboorte van zijn/haar kind zien als ze dat willen. Al liggend heb je geen hulp van de zwaartekracht. 

Zittend
Sommige vrouwen vinden het prettiger om rechtop te zitten, dit kan gemakkelijk op een baarkruk of door zelf diep te hurken (moet je wel goede beenspieren voor hebben!). Hierbij helpt de zwaartekracht, de bekkenuitgang is 30% verwijd en het is een natuurlijkere houding. Wel is het belangrijk dat je tijdens het persen op een kruk regelmatig even gaat staan of een andere houding aanneemt, anders wordt je bekkenbodem erg opgezwollen. Je partner heeft dan niet echt een duidelijk zicht op de geboorte, hij ondersteunt je door achter jou plaats te nemen. 

Handen en knieën
Ook kan je comfortabel op handen en knieën bevallen. Vrouwen die in deze houding bevallen vinden het een prettige houding, voor ons geeft het een goed overzicht. Als een baby niet vlot geboren wordt, dan vragen we soms om in deze houding te draaien. 

Nageboortetijdperk

Als de baby geboren is, ben je nog niet helemaal klaar, want ook de placenta moet nog komen. Om de geboorte van de placenta te versnellen en het bloedverlies zo minimaal mogelijk te houden, krijgt de moeder een prik in haar been als de baby net geboren is. Dan is het afwachten tot de placenta loslaat. Als de placenta losligt, moet je meestal nog een of twee keer persen om deze uit te drijven. Dit vergt gelukkig wel een stuk minder inspanning (en doet minder pijn) dan de geboorte van het kind. De placenta moet liefst binnen 30, maar uiterlijk binnen 45 minuten komen. 

Navelstreng en placenta
Na een paar minuten vindt het doorknippen van de navelstreng plaats en zo nodig nemen we daaruit wat bloed af. Als de placenta geboren is, controleren wij of die compleet is en of er bijzonderheden zijn. Als jullie hem willen zien dan kan dit altijd. Hij is ook van jullie, dus we vragen altijd wat jullie ermee willen doen! Meestal gaat de placenta mee in de biobak of met het ziekenhuisafval. Soms willen mensen hem houden (in de diepvries) om later in de tuin te begraven en er een boom op te planten.

Apgar score
Als de baby net geboren is, heeft hij of zij al de eerste punten gekregen: de Apgar score. Hierbij kan een pasgeboren baby 10 punten halen: 2 voor de hartslag, 2 voor de ademhaling, 2 voor de kleur, 2 voor de spierspanning en 2 voor de reflexen. Wij hoeven hiervoor weinig te doen, we observeren de baby voornamelijk als we deze aan het afdrogen zijn. En de meeste baby’s scoren goed! Ze krijgen punten na 1, 5 en 10 minuten. Meer informatie over de Apgar vind je onder de pagina met links.

Meestal hoge scores
De meeste baby’s krijgen een 9, een 10 en nog een 10. Als een baby het niet goed doet, dan nemen we hem of haar mee om de zorg te geven die op dat moment nodig is. Achteraf nemen we dan alle punten samen. Als een baby een lage Apgar score heeft, overleggen wij met een kinderarts. Deze wil dan soms de baby zien en/of opnemen. Heeft jullie kindje een goede score, dan zullen we hem of haar op een later tijdstip nog helemaal goed nakijken en wegen. Meestal doen we dat na het hechten en de eerste borstvoeding (als je die gaat geven).

Hechten

Het allerlaatste dat wij na de bevalling doen, is kijken of er gehecht moet worden. Als we een knip gezet hebben, dan hechten we deze ook zelf. Dat geldt ook voor scheuren of scheurtjes. Wij vragen een gynaecoloog om te hechten als iemand te diep ingescheurd is. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij wat we noemen een ‘subtotaal’ of een ‘totaalruptuur’. Bij een subtotaal is de kringspier van de anus gedeeltelijk ingescheurd en bij een totaalruptuur geheel doorgescheurd. We inspecteren eerst wat er precies gescheurd is, daarna verdoven we altijd en dan beginnen we met hechten. Hoe meer ontspannen de vrouw is, hoe makkelijker voor ons om te hechten.

Lekker even samen

Als het hechten klaar is en alles gaat goed, dan kunnen jullie genieten van een momentje met z’n drieën. Dat is ook het moment om familie en vrienden te bellen. Voor ons rest dan nog de administratie. Na een laatste controle van moeder en kind vertrekken wij één tot twee uur na de bevalling.

Pijnstilling

Iedere vrouw ervaart het anders, maar een bevalling doet pijn. Daar kunnen we helaas niets aan veranderen. Wel zijn er een heleboel manieren om met de pijn om te gaan, sommige kun je gewoon thuis toepassen. Blijft het ondanks dat te pijnlijk? Of wil je niet thuis bevallen? Dan zijn er in het ziekenhuis verschillende vormen van pijnstilling mogelijk.

Verloskundigenpraktijk Noordwijk & Noordwijkerhout

Westeinde 94
2211 XS Noordwijkerhout
Telefoon: 071-3617777
info@verloskundigen-noordwijk.nl

Meer informatie, wij helpen je graag verder!
Neem contact met ons op Schrijf je in